Featured Posts

Goedkope ouderenwoning dankzij ‘blijverslening’


Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) heeft een zogeheten blijverslening in de maak waarmee ouderen hun huis levensloopbestendig kunnen maken. Tegen zeer beperkte kosten kan de gemeente ervoor zorgen dat senioren zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Marnix Norder, voorzitter van het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen, ligt de regeling toe en wijst op het belang van welzijn. Veel gemeenten kennen de starterslening van SVn, nog bijna niemand kent de blijverslening. De financieringsconstructie is door het aanjaagteam bedacht, SVn pakte het concept op verzoek op en legt momenteel de laatste hand aan de uitwerking tot een door gemeenten afneembaar pakketje. Norder legt het uit: ‘Stel dat iemand zijn woning met een waarde van 100.000 euro wil aanpassen voor een bedrag van 15.000 euro omdat er een douche en slaapkamer op de begane grond moeten komen. Een forse investering en iemand van tachtig krijgt geen hypotheek meer. Ouderen beschikken wel over vermogen, maar dat zit in veel gevallen in hun huis. De hypotheek is vaak al afgelost. De gemeente verstrekt dan de bij SVn verkregen blijverslening en krijgt in ruil daarvoor het recht van eerste hypotheek. Het onderpand zit in de woning. Bij verkoop krijgt de gemeente die 15.000 euro terug en kan dat bedrag weer gebruiken voor een volgende aanvraag tot een woningaanpassing. Een revolving fund dus.’ Met de blijverslening heeft de gemeente een interessant systeem in handen om burgers te faciliteren bij het levensloopbestendig maken van hun woning zonder dat het hen direct geld kost. Het kost de samenleving weinig (rentekosten) om op een simpele manier een ouderenwoning te maken. Er is een toenemende vraag naar moderne vormen van ouderenhuisvesting waarbij wonen, zorg en welzijn binnen handbereik een rol spelen. Norder is dan ook blij met het concept. Bij dit grote vraagstuk dat op gemeenten afkomt, ziet hij de factoren wonen en zorg echter niet als het grootste probleem, wel de factor welzijn. Georganiseerd welzijn In het kader van de decentralisaties hebben gemeenten in het afgelopen jaar de nadruk gelegd op de zorgcontracten en zorgindicering. Intussen komt er een veel groter vraagstuk op de gemeenten af. Veel groter dan lokale bestuurders op dit moment in de beleving van het aanjaagteam op het netvlies hebben. Het dossier langer zelfstandig wonen zit bij de gemeenten nog te veel in de zorghoek, maar het vraagstuk is breder. Het gaat ook om welzijnsvoorzieningen. Norder: ‘Belangrijkste knelpunt bij de decentralisaties en langer zelfstandig wonen is niet zozeer de vraag of zorg gecontracteerd is en of er wel een woning is. Grootste vraagstuk voor de lichte zorgzwaartepakketten (zzp) is de welzijnscomponent. Is er wel een vorm van maaltijdservice of een vorm van contact tussen mensen dat verder gaat dan een bingoavond, een vorm waarbij je je als mens een gewenst onderdeel van de samenleving voelt? Is het aspect veiligheid voldoende geregeld? Oude mensen zijn kwetsbaarder en gemakkelijker te beroven of te bedonderen. Daarom gingen ze vroeger het bejaardenhuis in. Nu wonen ouderen langer zelfstandig en daar horen alle elementen van comfort, controle en contact ook bij. Er is behoefte aan georganiseerd welzijn bij een grote groep ouderen die vroeger het verzorgingshuis inschoof. Die groep verwacht nu door de gemeente georganiseerd welzijn en dat staat nog niet op het netvlies.’ De transitie naar langer zelfstandig wonen kent veel praktische hobbels en bobbels en bezwaren en regels die in de weg staan. Het aanjaagteam is in het leven geroepen om het pad te effenen. Volkshuisvesting en zorg zijn twee totaal verschillende werelden met hun eigen wet- en regelgevingskolommen. Opgetuigde kerstbomen met landelijk en lokaal beleid en verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Beide werelden veranderen momenteel sterk en lokale bestuurders moeten zorg en volkshuisvesting op een nieuwe manier zien te verknopen. ‘Dat is ingewikkeld en daar helpen wij bij’, vertelt Norder. ‘De rol van gemeenten in beide werelden is groot, maar versnipperd. In de meeste gemeenten is de wethouder zorg een andere dan de wethouder volkshuisvesting, vaak zijn ze ook nog van verschillende politieke partijen. Twee verschillende werelden van denken en van financiering die weinig met elkaar hebben en nu moeten ze van alles met elkaar. Wij maken gemeenten alert op wat er aan de hand is en vertellen ze hoe daarop in te spelen.’ Dat is volgens Norder dringend nodig. Uit onderzoek blijkt dat slechts een kopgroep van zo’n 22 initiatiefrijke corporaties en zorgaanbieders samenwerkt en met producten komt die werken. De aanjaagcommissie constateert dat de rest van de corporaties, zorgaanbieders, maar ook de gemeenten niet snel genoeg aanhaakt. ‘Het aanjaagteam stimuleert partijen. Wij proberen lokale bestuurders dat brede vraagstuk in algemene termen te beschrijven. Vervolgens moeten alle gemeenten individueel uitzoeken hoe de situatie lokaal ligt.’ Eind vorig jaar is een brief naar alle burgemeesters gestuurd, waarin het aanjaagteam het vraagstuk integraal voorlegt en aangeeft welke vragen gemeenten voor zichzelf moeten beantwoorden om de situatie helder te krijgen (zie kader op p. 21). De antwoorden verschillen per gemeente. Appingedam is geen Amsterdam, het is afhankelijk van de lokale situatie zoals de demografische ontwikkeling, de al aanwezige woningen en het aantal verzorgingshuizen. ‘De vragen zijn wel dezelfde en het aanjaagteam probeert vragen te verbinden met oplossingen die elders zijn gevonden. In de brief verzoeken wij de burgemeesters om het onderwerp te agenderen in de raad.’ Norder signaleert drie belangrijke punten daar waar het gaat om langer zelfstandig wonen. Als eerste zouden lokale bestuurders nieuwe (particuliere) initiatieven moeten willen faciliteren. Gemeenten zijn niet georiënteerd op het faciliteren van individuele initiatieven, maar op grotere maatschappelijke organisaties en commerciële partijen. ‘Ze vinden het moeilijk om te reageren op een combinatie van burgers die een zorgcoöperatie of een woonhofje willen oprichten. En dat terwijl initiatief vanuit de samenleving zo gewenst is. Laat de bloemen vooral bloeien.’ Aanpassen Tweede punt is het aanpassen van bestaande woningen. Gemeenten moeten daarbij heldere afspraken met corporaties maken en de toegankelijkheid van informatie over woningaanpassingen voor burgers verbeteren. Als voorbeeld noemt Norder het aanvragen van een traplift. De gemeente beoordeelt via het aanvraagformulier en overlegt met de corporatie. Daar gaan zo twee maanden overheen. Norder stelt voor dat gemeenten algemene afspraken maken met corporaties over een standaardoplossing voor dat soort aanvragen. ‘Kom tot algemene oplossingen daar waar het vragen betreft die veel voorkomen, zoals het aanpassen van een douche of het drempelloos maken van een woning.’ Verzorgingshuizen Derde focus betreft het aanpassen van bestaand vastgoed zoals de verzorgingshuizen. Daarvan zijn er ongeveer 1300 en elke gemeente heeft er wel één of meer. Daarmee verdwijnt ook de hele functie voor de omgeving. Sommige vastgoedeigenaren willen de verzorgingshuizen ombouwen tot zelfstandige woningen. Gemeenten horen daaraan mee te werken en met de eigenaar een levensvatbare businesscase op te stellen die exploitabel is. Punten van aandacht daarbij zijn het splitsingsbeleid, het aanpassen van het bestemmingsplan, de brandveiligheid en het al dan niet hanteren van parkeernormen. Het hanteren van een parkeernorm kan betekenen dat bouwplannen een vroege dood sterven. Op de plint, de begane grond met openbare voorzieningen, hoort de gemeente slimme verbindingen aan te gaan met de initiatiefnemer, bijvoorbeeld door er de buurtbibliotheek in onder te brengen. ‘De gemeente heeft er wel tien maatschappelijke belangen bij dat zo’n project goed loopt. Draag daar op een goede manier aan bij, anders zit je straks met een leeg stuk beton.’ Het is lastig om een bejaardenhuis om te vormen tot een exploitabel woonmodel. De gemeente is niet de probleemeigenaar van zorgvastgoed, maar wel bepalend bij het vinden van succesvolle oplossingen. De eigenaar moet afschrijven op het zorgvastgoed en zijn verlies nemen. De gemeente kan wel helpen bij een nieuw levensvatbaar concept. De plint is vaak moeilijk vol te krijgen. Als er honderd meter verderop dan een huisartsenpost in een gemeentelijk pand zit of vijftig meter verderop een eigen wijk-verpleegteam, dan is één en één snel twee. Spiegel Daarmee komt gemeentelijk vastgoed leeg te staan, erkent Norder. ‘Dat is een keuze. Het aanjaagteam houdt gemeenten een spiegel voor. Als zij willen dat het verzorgingshuis een functie behoudt, dan moeten ze ook verantwoordelijkheid nemen. Doet de gemeente dat niet, dan kan het niet anders zijn dan dat een tehuis dicht gaat. En dat hoeft niet, er zijn gemeenten die het wel lukt om een verzorgingshuis nieuwe stijl in te richten.’ Bejaardenhuizen in hun huidige functie zijn over paar jaar weg, dat kan Norder niet expliciet genoeg benadrukken. ‘In veel naoorlogse wijken is bij het winkelcentrum een verzorgingshuis gebouwd. Die heeft ook een functie voor de aanleunwoningen en voor andere ouderen die in de wijk wonen. Zij nemen deel in dat netwerk waar allerlei arrangementen worden aangeboden. Zo’n netwerk heeft grote maatschappelijke waarde en we moeten oppassen dat die waarde tussen de regels door niet verdwijnt. Het gaat om comfort, controle en contact. Dat zijn zaken die de gemeente, met hulp van de samenleving, moet gaan organiseren.’ Betere samenwerking De opgave staat of valt met de betere samenwerking tussen corporaties, gemeenten en zorgpartijen. Ze hebben allemaal te maken met bezuinigingen en reorganisaties. Op dit moment wel lastig, zegt Norder. Corporaties hebben het gevoel dat ze niets meer mogen. Dat is volgens de aanjager niet waar, ze mogen van alles. Gemeenten kunnen corporaties aanspreken om te investeren in maatschappelijk relevant vastgoed voor mensen in de doelgroep. De woonvisie is het instrument om corporaties ertoe aan te zetten de benodigde zorgwoningen te realiseren. ‘De gemeente heeft de sleutel in handen voor voldoende zorgwoningen. Als ze het nu niet uitwerken met de zorginstellingen en corporaties, dan hebben ze over drie jaar een fors probleem.’ KADER 1 Aanjaagteam Het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen is ingesteld door het kabinet. De leden zijn Wim Corsten, Ton Streppel en Marnix Norder. Voor nadere informatie is het team te bereiken via:postbusajt@minbzk.nl. Zie ook: Informatiekaart Langer Zelfstandig Wonen van de VNG. KADER 2 Brief aan gemeenten In een brief aan burgemeesters eind december vorig jaar wijst het aanjaagteam erop dat de veranderingen door en voor langer zelfstandig wonen een gemeentebrede impact hebben. De gemeente heeft de regierol bij deze maatschappelijke opgave en de verantwoordelijkheid om de transitie te begeleiden voor haar burgers. De vraagstukken vereisen een integrale benadering en een lokale oplossing. Het aanjaagteam verzoekt de burgemeesters om de aangehaalde vragen in de brief samen met hun gemeenteraden te beantwoorden: Hoeveel verzorgingshuizen zijn er in uw gemeente? Ondersteunt u als gemeente de transformatieopgave voldoende (bestemmingsplan, brandveiligheid, huisvesten nieuwe functies, wooncontingenten)? Hoe vangt u eventuele wegvallende veiligheids- en welzijnsfuncties op? Zijn er regionale afspraken? Hoe is in uw gemeente de informatie voor de zorgvrager of de mantelzorger voor langer zelfstandig wonen georganiseerd? Zijn eventuele procedures simpel en snel? Is doorverwijzing (via internet) naar de relevante organisaties voor zorg en welzijn goed geregeld? Zijn er in de toekomst voldoende geschikte woningen in uw gemeente? Heeft u met bestaande partijen goede afspraken gemaakt voor alle verschillende doelgroepen? Zijn er aanspreekpunten voor (kleinschalige) nieuwe initiatieven om voet aan de grond te krijgen? Bron VNG Magazine nr. 05, 20 maart 2015, pagina 18-21

Recent Posts
Archive
Search By Tags
Follow Us
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
lente dementie_edited
kinderen dementie klein_edited
Zomer Dementie fruit_edited
markt dementie foto 4_edited
Tuinieren dementie_edited
herfst dementie_edited
Hollands landschap dementie 3_edited
winter dementie 7_edited